Jaarbrief van zuster Karin 2003



Egmond, Sint Liobaklooster, december 2003

Lieve Vrienden en Vriendinnen van Lioba,

Als de klok aan het eind van Oktober een uur wordt teruggezet,
is 's avonds plotseling de nacht een uur eerder gevallen. En de lange avond geeft ons de tijd tot overdenking.
En ik besef dat het tijd wordt om u allen de rondbrief te sturen over dit Liobajaar.
De brief waarin u met ons deelt wat dit jaar ons aan gebeurtenissen en ervaringen heeft gebracht.

Dit jaar 2003 begon heel schokkend door de ervaring dat de bijna ongeneeslijke ziekte, kanker, die overal om ons heen, in familie en vriendenkring toeslaat en zoveel levens vernietigt, ook onze gemeenschap niet voorbijgaat. En die door Oeachsi te treffen precies die kleine groep jongste zusters van tussen de 35 en 50 het hardste treft.

Natuurlijk wisten we dat we een kwetsbare gemeenschap waren, waar in korte tijd een heel aantal zusters "oud" werden, en waar geen aankomende jongeren die groep van jongere zusters versterkten. Maar plotseling werden we gedwongen onze ogen te openen en de situatie onder ogen te zien: wat hebben wij onze jongere zusters aan toekomst te bieden?
Is er voor deze kleine groep van jongere zusters een toekomst? Heeft het monastieke leven toekomst? En als het monastieke leven voor onze tijd betekenis heeft, is dat dan vanzelfsprekend op de wijze waarop het eeuwen lang geleefd is? En wanneer wij denken aan de onverwachte vormen die Moeder Hildegard toen zij dit leven in Egmond begon, en door de jaren heen, in Nederland, Zwitserland en Frankrijk met ons leefde, aandurfde .... Moet ons leven zoveel mogelijk "die vorm" houden? Of durven wij vandaag te kijken wat het leven van onze tijd van node heeft en van ons vraagt.
En misschien is het ook wederkerig. Dat onze tijd nieuwe initiatieven vraagt, maar dat ook wij zelf alleen kunnen blijven voortbestaan, niet als vrome fossielen van de jaren 30- tot 80, maar als levende mensen van vandaag, met ogen en hart open voor God en voor onze tijd als wij nieuwe wegen durven gaan?

Natuurlijk gaat zo een vraagstelling niet zo maar, als een rationele maatschappelijke aanpassing, zonder onzekerheid, twijfel en onrust.
Na eerste gesprekken in kleine groepen waarin de een of de ander de urgente situatie onder woorden bracht, werd duidelijk dat we vooral als gemeenschap samen hierover moesten praten. En na een aanzet rond Pinksteren, en de uitnodiging aan ieder zijn gedachten op papier te zetten, voor zover dat voor ieder persoonlijk mogelijk was, hebben wij besloten nu oktober - november daarover tot voorstellen te komen.

Intussen stond het leven natuurlijk, en gelukkig niet stil. En misschien, luisterend naar wat de laatste jaren en ook dit jaar op ons pad kwam, zien wij precies daar de weg die zich opent naar de toekomst.

Het begon in februari met een concert van het Hooglied dat we zongen met Chaim Storosum en Mariette Gort onze celliste, in Keulen, in de reformatorische Antoniterkirche, de oudste reformatorische kerk in een typisch Rooms katholiek bolwerk. Een concert, lezingen en exposities ter gedachtenis van de overname, 70 jaar geleden, van de democratische regering in Köln door het Naziregime, en het begin van de Jodenvervolging. Storosum, zelf geboortig uit Köln, was reeds gevlucht na de "Kristallnacht" .
Wij waren hiertoe uitgenodigd door de Melanchtonakkademie. Brigitte Gensch, hoogleraar aan de Melanchtonakkademie en pastor aan de Antoniterkirche, die namens de academie al haar initiatieven en enthousiasme inzette om gastvrouw voor Storosum en ons te zijn, komt alle eer toe dit bijna onmogelijke, mogelijk gemaakt te hebben. Maar ook voor ons was de uitnodiging tot een optreden in een stad als Köln heel indrukwekkend. En ondanks dat verschillenden van ons verkouden waren en nauwelijks stem hadden was het een bijzonder en ontroerend optreden voor veel ook joodse gasten.

Een tweede concert, nauwelijks een maand later had voor ons een totaal ander karakter.
Het was de aanleiding na zoveel lange jaren tot een gelukkige ontmoeting van bijna geheel de beide communiteiten van Santa Hildegardis in Orselina in Zwitserland, en Sint Lioba te Egmond. Hoe hebben wij allen daarnaar uitgezien en hoe gelukkig was iedereen elkaar weer te zien. De ontdekking hoe in al die jaren na het heengaan van Moeder Hildegard, de communiteit van Orselina gegroeid was tot zo een heel eigen krachtige, stralende, royaal menselijke en kunstzinnige gemeenschap waar schijnbaar alles mogelijk was. Of minstens mogelijk gemaakt was om ons zó gastvrij te ontvangen.
Als symbool blijft mij het beeld van het wachten op de zonsopgang, boven op het dak van de ateliers. Een gele maan aan een blauwe hemel, boven de bergen in stralende sneeuw, en een bloeiende magnolia. Komend voorjaar in de Paastijd zal de gemeenschap van Orselina naar Egmond komen, en we hopen dat het een even stralend bezoek zal zijn. Helaas had niet ieder van ons de reis mee kunnen maken. Noch Julitta, noch Renate, noch Christine evenmin als Marie Therese zijn meegeweest, dit was des te droeviger omdat heel kort na ons terugzijn het bericht kwam dat Judith die een heel ernstige vorm van osteoperose had, en daarvoor na ons vertrek in een gespecialiseerde kliniek was opgenomen, op 14 mei is overleden.

Tussen onze twee reizen in, was Oeachsi geopereerd en zij herstelde zo voorspoedig dat zij op de eerste plaats mee kon naar Orselina, wat ook voor haar het hoogtepunt van het jaar betekende; maar het hield ook in dat wij allen overtuigd waren, dat dit alleen mogelijk was omdat de artsen er toch op tijd bij geweest waren, en dat de kanker totaal was weggenomen. Voor Oeachsi zelf en voor heel de communiteit was het dan ook een onvoorstelbare schok toen bleek dat er, ondanks de operatie, toch al uitzaaiingen van kanker in haar longen waren, wat niet operabel was.
Nu, ruim een half jaar later, zijn wij allen verwonderd, en heel gelukkig vast te stellen, hoe het desondanks mogelijk is, dat Oeachsi dankzij de hormoontherapie, zo krachtig en gezond blijkt. Zal zij een van degenen zijn bij wie de kanker hoewel ongeneeslijk, in plaats van dodelijk , een chronische ziekte is? Maar de onzekerheid over de mogelijkheden van de therapie en over het hoelang, is lichamelijk toch een grote belasting; en op onze spirituele weg door dit leven trekt het nog veel diepere sporen.

Nog waren we geen maand weer thuis uit Orselina, toen 's morgens een verpleegster kwam zeggen dat Renate in de nacht waarschijnlijk een kleine hersenbloeding gehad had. Het was het begin van haar laatste weken in dit leven. Als een kleine vogel lag zij in een veel te groot bed, en het was alsof haar engel al op de bedrand zat om haar naar huis te dragen. Hoewel het na de eerste dagen leek, dat zij toch weer er boven uit klom, werd in de week voor Pasen duidelijk dat het deze keer het einde van haar levensweg was. Nog gaf Renate ons de opdracht dat we niet mochten vergeten voor Pasen bloemen te sturen naar haar schoonzus die jarig was, maar zelf was ze toen al heengegaan. Op Goede Vrijdag in de morgen, het begin van het Pasen van Onze Heer.

Op Zaterdag 3 mei was Lioba een en al drukte. Bestuursleden van de vriendenkring en goede vrienden en vriendinnen uit "de Noord"- een begrip voor onze regio, maar in het bijzonder voor Lioba, vanwege de vriendschapsbanden die al jaren tussen deze dorpsgemeenschap en Lioba bestaan - waren met enkele zusters druk in de weer de keuken uit te ruimen. Maandag 5 mei zou het grote werk beginnen: de vernieuwing en aanpassing van keuken en apparatuur. Alles moest er uit, en wijzelf zouden dat nooit voor elkaar gekregen hebben. Twee weken zou de middagmaaltijd verzorgd worden door de keuken van Huize Agnes in Egmond aan Zee, en de overige maaltijden, en koffie en thee, zou vanuit het kleine keukentje van de poort verzorgd worden.
Als je uitruimt ontdek je pas hoeveel dingen in veelvoud aanwezig zijn, en hoeveel kapotte potten en pannen ergens staan opgeslagen omdat ze misschien toch nog ooit kunnen worden gerepareerd. En daar wachten ze dan op de wederopstanding.!

Nu ik deze brief schrijf hebben wij juist met het bestuur van de vriendenstichting - namens u allen - en dezelfde helpers van 3 mei, de nieuwe keuken, die al weer maanden in gebruik is, officieel geopend
waarbij zuster Laeta, die vele vrienden heel goed bekend is, het lint heeft doorgeknipt.
Daarna hebben we gezamenlijk in de refter gegeten. 17 zusters en 1 broeder van de gemeenschap en 17 gasten. Door de tafels uit elkaar te plaatsen kwamen er zoveel plaatsen bij als nodig was. En het bleek tegelijk zo een goede voorproef voor het komend jaar, als de zusters van Orselina naar Egmond komen.
Onze kok voor de feesten, Rob van Velzen uit Heerhugowaard, die ook meegewerkt had aan het plan voor de keukenvernieuwing, had een prachtig feestdiner verzorgd. En het was een buitengewone vriendschapsviering.



"De poort die openstaat", ofwel de parabel van " De arme Lazarus en de rijke vrek".

Het is met de parabels en gelijkenissen van Jezus een wonderlijk iets. Wij kennen de meesten vanaf onze kinderjaren. En dikwijls is het ermee als een soort "bekend gegeven", wel een beetje verwonderlijk, maar we kennen het verhaal al zolang. Bijvoorbeeld: Met het Koninkrijk van God is het als met een koopman die veel goederen bezat, hij vond ergens een parel van grote waarde en verkocht alles wat hij bezat en kocht die parel. Zolang dat de een of andere koopman is waarover ons verteld wordt, is het een verhaal met een bepaalde afloop. Maar eigenlijk heeft het niets met ons van doen. Wij zijn die koopman niet. Pas op het ogenblik dat die gelijkenis met óns leven van doen krijgt, wordt het een parabel. Dan is het "verhaal"ook niet uit. Ofwel vragen wij ons af of we alles eraan willen geven in ons leven om dat Koninkrijk te bemachtigen, of misschien hebbben wij ooit alles op het spel gezet voor die parel, maar hoe is het dan nu? Misschien menen we de parel wel in ons bezit te hebben, maar eerlijk gezegd: wat moeten we er nu mee? Misschien ook zijn we allang bezig onze parel te verkwanselen voor zoveel goederen die we toch ook nodig blijken te hebben. Als Jezus gelijkenis zo ons leven in vraag stelt dan kan het verhaal een boodschap worden die ons eerst verwart, maar bij langer toezien ' geluk' brengt. Maar dat verstaan we soms pas na vele jaren.

Een van Jezus parabels is dat wonderlijke verhaal dat wij vroeger noemden: de parabel van de arme Lazarus en de rijke vrek. De rijke zit in zijn huis en viert dag aan dag feest. Voor de deur van de rijke zit een arme bedelaar Lazarus, en graag zou hij zijn honger stillen met de afgevallen resten van de rijke. Maar hoewel de rijke van de bedelaar weet heeft, hij kent zelfs zijn naam, gaat hij toch nooit naar hem toe om met hem de rijkdom van zijn tafel te delen. Jarenlang vond ik het een verontrustend verhaal. Was ik zelf ook niet een soort rijke binnen de kloosterwereld die de arme voor mijn deur niet zag, of in elk geval niet naar hem toe ging?

Totdat Professor Ruckstuhl uit Luzern bij ons kwam en zei. De naam van de parabel zou je moeten veranderen. Niet "de arme Lazarus en de rijke vrek", maar "de open poort". Tussen de rijke en de arme is namelijk een poort die open staat. De arme kan misschien naar de rijke, maar de rijke kan, als hij wil, zeker naar de arme. Zo is het in ons leven nú. Wij kunnen naar elkaar toe gaan. Maar als wij het in ons leven nu niet doen, dan zal na dit leven die poort gesloten zijn.
Op deze manier stelde het verhaal mijn eigen leven, en dat van onze communiteit, plotseling in een ander licht, het licht van de uitnodiging. De vraag werd: durf ik, durven wij, naar de ander buiten onze eigen wereld te kijken, zien wij, zie ik, de ander staan? Durf ik naar hem of haar toe te gaan, of loop ik maar liever voorbij, kreeg plotseling een actualiteit.

Op een heel bijzondere manier werd die vraag drie jaar geleden aan ons gesteld. Op een volkomen onverwacht ogenblik werden wij uitgenodigd als communiteit naar India te komen om deel te nemen aan het Festival voor Sacred Music dat de Dalai Lama mogelijk gemaakt had met de gift die hij door de Nobelprijs voor de vrede ontvangen had. Aan dit Festival dat tijdens de eeuwwende op vijf continenten plaats had, werden overal vandaan groeperingen uit rassen, volkeren en godsdienstige bewegingen uitgenodigd mee te doen. Het was een geestelijke weg tot vrede en een oproep tot allen voor een gezamenlijk gedeelde verantwoordelijkheid voor heel de wereld.
Sacred Music! De eerste klank "nada", die opstijgt uit de diepte van de stilte, en waaruit de schepping ontstaat, wordt door elke religie als het ware opgevangen en bespeeld binnen haar eigen godsdienstige traditie. En dit is een taal die voor alle mensen, van alle culturen, verstaanbaar is.
Waar mensen vandaag, als zij met elkaar in dialoog proberen te komen, in het denken en spreken op eindeloos veel manieren barričres ondervinden, is de muziek een weg naar wederzijds verstaan die voor ieder open ligt.

Hoewel wij in eerste instantie het heel ontroerend vonden dat iemand ons daarvoor kon uitnodigen, wij zijn geen musici, maar eenvoudige monniken die "zingend" bidden, leek het ondenkbaar daar op in te gaan. In een gesprek echter met Kardinaal Willebrands, die vanaf het begin een vriend van Moeder en de communiteit was, kwam naar voren dat hij het oecumenisch heel belangrijk vond daar wčl op in te gaan. "De relaties tussen het Christendom en de talloos vele godsdiensten in dit immense continent zijn heel gering, en als zijzelf jullie uitnodigden..."
Uiteindelijk hebben wij met Chaim Storosum in 2000 in Bangalore het Hooglied - het liefdeslied bij uitstek - gezongen, en het was een heel bijzondere ontmoeting met mensen vanuit heel de wereld. Een eerste ontmoeting met andere ons onbekende godsdiensten, en monnikstradities waarvan je zelfs van het bestaan geen vermoeden had. Er was een venster op de wereld opengegaan, waardoor ons kijken wezenlijk veranderde.
Intussen was vorig jaar Lama Doboom de directeur van het Tibethouse, die het Festival namens Z.H. de Dalai Lama georganiseerd had, ook in Egmond onze gast geweest. Hetgeen onze openheid voor het lamaistische, boeddhistische monnikendom versterkte.

En toen kwam begin van dit jaar opnieuw een uitnodiging of wij deel wilden nemen aan een herdenkingsfestival voor de vrede in New Delhi, waar 10 jaar geleden de Dalai Lama in het Jayanti park de Boeddha voor de Vrede geďnstalleerd had. De uitnodiging kwam precies op het ogenblik dat wij het diepst geschokt waren door de gezondheid van Oeachsi, en waarop wij zo heel sterk onze eigen onmacht ervaarden. In feite konden wij alleen maar antwoorden dat het bijna onmogelijk leek dat wij zouden kunnen deelnemen aan het Festival, dat hooguit een heel kleine afvaardiging van ons zou kunnen komen, maar dat dit niet betekende dat dit -, en de overige initiatieven van de Dalai Lama voor de vrede niet onze diepste betrokkenheid had.
En omdat ik de correspondentie met Lama Doboom onderhield, schreef ik hem hoe ik al jaren lang droom van een school voor jonge mensen waar zij met studenten uit alle religies en ideologieën samen zouden zoeken naar nieuwe wegen tot vrede. Hoe ik ooit had gehoopt dat onze Paus of een van de andere godsdienstige leiders zo een school zouden willen oprichten... Ooit had ik de Paus, en enkele anderen daarover geschreven, maar wat zegt zo een voorstel van een volslagen onbekende non uit een land als Nederland.
Toch versterkte onze correspondentie het gezamenlijk betrokken zijn op initiatieven voor vrede, en enkele maanden later kwam opnieuw de uitnodiging met het voorstel ook te spreken op de bijeenkomst voor de verschillende godsdiensten.
En intussen in een gesprek met mensen van de Cynham, een Centrum voor filosofie en levensbeschouwing vanuit allerlei godsdiensten hier in Egmond, met wie wij nadachten over onze grote kwetsbaarheid, kwam dat oude verlangen naar scholen voor vrede ter sprake. En Medi Jiwa zei: "maar de Paus had gelijk dat hij die school niet stichtte, het is jouw visioen. Jullie communiteit moet zelf dat doen".
Op zo een ogenblik lijkt het of de wereld om je heen kantelt. Wij denken al geruime tijd na hoe wij, als mini gemeenschap kunnen overleven, en iemand geeft als antwoord: door een project dat schijnbaar totaal boven onze krachten is, naar ons toe te schuiven.

Dat was enkele weken voor wij tenslotte met 11 van onze communiteit, met Arie Kooy en Peter van Doorn , die drie jaar geleden ook met ons mee zijn geweest naar Bangalore, plus nog met Angel Ruyter en Jan en Ineke Lelyveld uit Engeland, naar Delhi zijn gegaan. Op 6 - 7 en 8- oktober had het Festival plaats. De eerste schuchtere ontmoeting van drie jaar geleden ontplooide zich nu tot een echte relatie. Het geopende venster van drie jaar geleden was een open poort geworden.

Maar opnieuw kantelde de mij vertrouwde wereld van plannen en verwachtingen. Tijdens de meeting of cultures, vertelde ik heel simpel van de schuchtere plannen van onze communiteit een sabbatsjaar voor jonge mensen bij ons mogelijk te maken. Daar zouden ze naast gebed, meditatie en handwerk, lessen krijgen in antropologie, filosofie, godsdiensten en spirituele bewegingen over de wereld. Maar er zouden ook lessen over internationaal recht, over de invloed van economische en politieke stelsels moeten komen. Bovendien zouden ze zich ook moeten oefenen in de engelse taal om daarin hun gedachten te kunnen uitwisselen . Na de meeting of cultures kwamen van verschillende kanten mensen om te vertellen dat ook zij dat begonnen waren. Dat zij met ons wilden samenwerken, dat zij zelfs bij ons wilden komen om lessen te geven.

Door de open poort tussen het ons vertrouwde Europa en het onbekende India, gingen wij naar elkander toe, wederzijds.
En boeken, geschriften over grote inspirerende figuren van India, waar ik misschien ooit over gehoord had maar waar ik me verder nooit in de diepte mee had beziggehouden, zijn het vertrek van mijn ziel binnengekomen en dringen nu om de voorrang.

Wat zal uit dit alles het komende jaar voortvloeien?
Zo een kwetsbare gemeenschap zullen wij de moed hebben het onmogelijke te beginnen? En dan denk ik aan Moeder Hildegard. Toen zij in Egmond de Liobastichting begon.... Zij was 35 jaar, heel begaafd, en had nieuwe open ideeën. Maar voor de mensen in het toch traditionele nederlandse katholieke milieu was zij nauwelijks katholiek, - zij vroeg mij soms, men zegt dat ik geen "sensus catholicus" heb, vind jij dat ook? Ik kon alleen maar lachen want ik wist absoluut niet wat een "sensus catholicus"zou moeten zijn. - Zij was een vreemdelinge, en na het uitbreken van de tweede wereldoorlog een "duitse"! Van de twee vrouwen die het met haar aandurfden dit klooster te stichten was er een bijna blind, en de ander nog heel jong, bijna een meisje, die zeker niet een tegenover was voor haar denken en zoeken.

Waar wij op kunnen vertrouwen is, dat vanaf de eerste gesprekken over die "school van vrede", van alle kanten er mensen enthousiast zeggen: dat is goed ! En, " het is zoveel dichter bij dan jullie zelf beseffen. Wij hebben mensen die daar aan mee willen doen".
En dan is het of ik de stem van Moeder Hildegard na zoveel jaren weer hoor op het ogenblik dat ik haar voor het eerst sprak en dat zij zei: "je hebt mooie ideeen, kom maar en ga het leven"!

Lieve vrienden en vriendinnen, alleen kunnen wij dit op geen enkele manier, Maar door samen er aan te werken wordt het onmogelijke mogelijk. Als wij het samen dragen wordt het een werk van ons allemaal.

Wij allen wensen u een mooi feest van steeds nieuwe geboorte van de vredevorst als wij hem willen ontvangen, en een gezegend 2004. Met hartelijke groet namens heel Lioba !

Zuster Karin Lelyveld



Archief: Nieuwsbrief 2001


Monasterium St. Lioba Egmond
Herenweg 85, 1935 AH Egmond-Binnen
telefoon: 072-506 13 88
e-mail: info@liobaklooster.nl